Judith’s droom….

Leuk dat je dit verhaal wilt lezen. Het is ontstaansgeschiedenis van de Go with the Flow reis. Met mijn Nova Cura lied tot besluit. Liefs, Judith

Waddenretraites.nl

Dat was de eerste domeinnaam die ik claimde toen het plan ontstond een schip te kopen. De tweede was Klippercruises.nl. Het gaf goed weer wat mijn visie was bij het aanbod dat ik in gedachten had.

De bruine vloot kende ik van de paar keer dat ik een weekend meezeilde; als kind met mijn ouders en later nog eens met vrienden om mijn afstuderen te vieren. Dat waren fijne herinneringen, maar ook associaties met donker, primitief, dicht op elkaar, veel drank en een echt groepsgebeuren. Allemaal dingen waar ik zelf niet zo van houd.

De Witte vloot

Mijn beeld bij ons eigen schip was het omgekeerde: licht, fris en comfortabel met ruimte voor jezelf. Het reisdoel zou niet zijn dat je jezelf dagelijks lam drinkt, maar juist dat je klaarwakker wordt. Dat je ogen opengaan voor de schoonheid om je heen en je tot jezelf komt. Ik zag alleen Duitse groepen op deze schepen en wilde de Nederlandse markt heroveren.

Ik had beelden van lichte tweepersoonshutten met bedden die apart en aan elkaar konden, met elk een eigen badkamertje. Een ruime salon met hangbanken, een grote keuken.

Ik zou de markt innoveren en de upgrade versie van de oude bruine vloot gaan realiseren: de witte vloot.

Tussen droom en daad….

Met dit prachtige ideaal gingen we op botenjacht. Maar zoals dat gaat met idealen, liep ik al snel tegen allerlei hindernissen aan.

Bij zo’n plan voor een luxe schip hoort een groot schip, richting 35 meter. Oef, dat is echt een enorm geval. En met die lengte en diepte kan je niet overal in de Waddenzee komen, zeker niet op de mooie en stille plekjes. Bij zo’n plan hoort ook een schip dat toch al aan verbouwen toe is, maar zeiltechnisch juist wel goed is. Dat bleek een zeldzame combinatie.

We wilden ook een grote roef, want Paul zou zijn huis verkopen, en dan moesten de kindjes natuurlijk ook ergens slapen. Dan was er een budget om rekening mee te houden. En de factor tijd: hoe organiseer je een grote scheepsverbouwing in Harlingen als je zelf in Utrecht woont en druk bent met je eigen bedrijf? Tot slot hadden de boekingsbureaus niet veel fiducie in ons plan. Deze bureaus zijn vooral aangehaakt op de Duitse markt: families, scholen en verenigingen die elk jaar komen zeilen. Het bruine vloot idee was nog springlevend.

Waddenretraites.nl was te ambitieus en onhaalbaar.

En toen was daar ineens de Nova Cura

Ze lag met haar 25 meter prinsheerlijk in de museumhaven van Leeuwarden. Op een regenachtige novemberdag in 2017 stapten wij aan boord. We kwamen het schip binnen en dachten direct: ja, dit kan ons thuis zijn. Het was ook een thuis; het thuis van Robert Rinzema, hij woonde al 13 jaar op het schip.

Elk hoekje en gaatje had hij onder handen genomen, overal waar ik keek zag ik mooie details die met liefde aangebracht waren. Zijn droom was om het schip in originele staat te brengen. Dit bootje was helemaal tiptop, vanbinnen en van buiten. We zijn een week later met Paul’s kinderen gaan kijken en hebben direct een bod gedaan en drie dagen later was de koop rond. (Paul en Robert op de foto)

Zeilen hijsen en varen maar

We stapten begin 2018 gewoon de business in. We maakten een website, zochten een boekingsbureau en kregen inderdaad Duitse kegelclubs die, jawohl, na het ontbijt aan het bier gingen en doordronken tot middernacht. We zochten een partner en vonden reisbureau 60plusendus, voor wie we reizen uitzetten vanaf Dokkum naar Schier. In de schoolvakantie vonden we zelf via Facebook leuke families voor het waddenhoppen (toch een beetje een klippercruise!).  We probeerden, we liepen vast en kwamen weer los, we leerden heel erg veel nieuwe dingen en het bedrijf begon te lopen.

De eerst retraite

Een van de hoogtepunten was de ondernemersretraite met onderneemsters van het netwerk Entre Femmes. Daar leerde ik dat je helemaal niet zoveel hoeft toe te voegen aan een programma om er een retraite van te maken. De kern van deze retraite was niet de stilte, maar de afstand tot het dagelijkse leven. Met afstand daarnaar kijken, voelen waar je zelf nu staat, waar je verlangen ligt en of je bedrijf nog steeds goed past bij wie je nu bent.  Ik voegde wat spelregels en een paar eenvoudige oefeningen toe en het schip, de wind en de golven deden de rest.

Maar de grootste ontdekking was toch wel de natuur

Ik kende Friesland en de meeste eilanden redelijk maar toen ik er echt in ondergedompeld werd, ging er een wereld voor me open. We lagen op een zomerse namiddag aan een steiger op een eilandje in het Lauwersmeer. Ik hoorde geen verkeer in de verte, ik zag geen vliegtuigstrepen in de lucht boven me, ik hoorde de boompiepers in de wilgen achter me, het ruisen van de bomen, de meerkoetjes rond het schip. Ik sloot mijn ogen, dommelde weg maar werd ineens wakker van een geluid dat me direct deed denken aan de motor van een wat ouder schip. Maar toch klonk het anders. Ik kwam nieuwsgierig uit mijn coconnetje en zag aan de overkant van het water een groep aalscholvers heel wild in het water bewegen. Ze fladderden op en storten zich daarna direct in het water. Dan nam een ander groepje die beweging over. Na een paar van deze wildedansen zette de groep zich in beweging, in een duidelijke richting, en tijdens het zwemmen doken ze telkens met hun kop onderwater. Ze hadden een school vissen te pakken gekregen! Ze hadden ze bij elkaar geplonsd, opgejaagd en toen kon het grote schransen beginnen. Wat een samenwerking, zonder afspraken, zonder taakverdeling.

En vervolgens wordt het weer rustig, hoor je de boompiepers weer en wat lachende kinderen in de verte.

Sprietsgeluiden

Dit is maar een van de ervaringen. Ik heb mijn ogen uitgekeken naar de eindeloze luchten. Uren vanaf het dek gekeken naar het wad en hoe alle stromen langzaam leeglopen. Op een gegeven moment hoor je overal kleine sprietsgeluiden. Ik weet het, het woord bestaat niet, maar de wormen maken het. Als het water weg is, komen ze uit de zeebodem naar boven en duwen uit dat holletje een klein straaltje water omhoog. En ze zijn met een heleboel. Dan komen de scholeksters en kanoeten om wormen te eten en schelpjes open te wrikken. De lepelaars strijken neer in de vaargeul en gaan garnalen oplepelen. En dat komt elke 12 uur terug, het gaat maar door. Al zolang de aarde bestaat. Een oerritme.  

Die ontdekkingen wil ik met anderen delen.

Omdat het prachtig is. Het ontspant. Je voelt je éen met de natuur, nietig en dankbaar. Omdat het zo dicht bij huis is, zo Nederlands en ook niet vanzelfsprekend… Hoe zal de invloed van klimaatverandering hier uitpakken? Hoelang houden die eilanden het als de zeespiegel stijgt? Het is een wereld die er nu nog is, en die je zoveel te bieden heeft. Waarom zou je naar een wellness resort in Thailand vliegen als je vlakbij huis als deze natural wellness vlak om de hoek ligt?
De afgelopen twee jaar hebben we veel gasten aan boord gehad voor wie dit gebied een ontdekking was. Vijf dagen op het Wad voelde voor hen als twee weken weg. Ze hadden de getijden nooit aan den lijve ervaren. Ze genoten van de vertraging en daalden als het ware neer. Dat is wat die natuur met je doet.

Return of the Retraite

Wij hebben nu na twee jaar onze bakens verzet. We varen alleen in het voorseizoen rond de volle havens en drukke routes op het IJsselmeer en vanuit Harlingen, want ook die dynamiek heeft z’n charme. Eind juni trekken we door Friesland naar de Oostkant van de Waddenzee. We organiseren daar tochten vanuit Lauwersoog, over het Lauwersmeer, naar Schier en Ameland, naar het Oostwad, naar niemandslanden.

De waddenretraites krijgen vorm. Go with the Flow met MarLuz, Spelevaren met Annette, het yogafestival op Schiermonnikoog, een ontspanweek met Maris. En ons schip is ook licht en ook al heb je geen eigen badkamer: de douche is fris en heerlijk, de hutten zijn licht en ruim en je hebt genoeg plekjes om op jezelf te kunnen zijn.

Ook al laat je je plannen varen, een droom komt uiteindelijk toch op z’n pootjes terecht.

Om het gevoel uit dit verhaal te illustreren, deel ik met jullie de tekst van mijn Nova Cura lied. Ik wil het met plezier voor je zingen, aan dek, met een glas wijn bij de ondergaande zon.

klipper nova Cura , rust, ruimte, go with the flow
Go with flow

Het Nova Cura lied

Mijn leven zit vol plannen, van ’s ochtends vroeg tot laat
Er is zoveel te doen, de klok die slaat de maat
Dan rijd ik naar het Noorden, naar het einde van het land
Daar ligt mijn scheepje klaar, we varen van de kant

Refrein:
Ik laat mijn plannen varen op de golven van de zee
De wind neemt mijn gedachten in flarden met zich mee
Je hebt je maar te schikken, naar de wind en naar het weer
Als er minder kan, dan is er zoveel meer

We zien de koeien grazen, langs de randen van de vaart
Daarnaast de witte reiger, die naar een visje staart
De wind blaast ons vooruit, de zon kleurt mijn gezicht
Dan strijken we de zeilen, de haven is in zicht

Refrein:
Ik laat mijn plannen varen op de golven van de zee
De wind neemt mijn gedachten in flarden met zich mee
Je hebt je maar te schikken, naar de wind en naar het weer
Als er minder kan, dan is er zoveel meer

We liggen aan de steiger, we staren naar het wad
De stroom die komt en gaat, wat droog was wordt weer nat
De vogels komen eten, wij nemen nog een glas
Zo vieren we het leven, zoals het altijd was

EN DAN HET REFREIN NOG EEN KEERTJE…..

Ga je mee? Hier vind je alle informatie over deze bijzondere reis!

Zeilen op de Waddenzee

Perfect plannen of Go with the Flow?

Margriet zit op het achterdek met de zeekaart voor haar neus en een verrekijker in de aanslag. Ze speurt aan de horizon naar de volgende boei. Al snel is de rode boei aan bakboord in zicht: de GS10! Gelukkig, we zitten goed op koers richting Schier.

Hans staat voor aan dek met een peilstok. Elke paar meter steekt hij de stok in het water. Zitten we al bijna op de zandbank of kunnen we nog een stukje verder? “1 meter 20!” roept hij naar schipper Paul op het achterdek, die daarop commando geeft om het zeil te strijken. We gaan droogvallen.

Twee voorbeelden van hoe je als bemanning samenwerkt bij het zeilen op de Waddenzee. Je vaart niet zomaar even van A naar B. Je hebt te maken met getijden, stromingen, de wind en het overige verkeer. Hoe dat werkt, leg ik uit in deze blog.

De Waddenzee was een dodelijke fuik

Hollandse scheepslieden lokten in vroeger tijden hun vijanden de Waddenzee op. Ze volgden de Hollandse schepen en voeren onbevangen het weidse water op, kenden de routes tussen de zandbanken niet en liepen binnen de kortste keren vast. Het was een fuik waar de meeste schepen niet levend uitkwamen.

Het is voor mijn onvoorstelbaar dat schippers vroeger deze zee bevoeren zonder goede kaart, zonder betonning en zonder GPS. Ze hadden ongetwijfeld betere zintuigen. Ervaren schippers zien aan de vorm van de golven waar een zandbank is. Ze zien het aan de kleur van het water of de geluiden van de vogels.

Vergeleken bij die tijd is het navigeren op de Waddenzee nu een fluitje van een cent: er zijn uitstekende kaarten, er is betrouwbare en goed zichtbare betonning en als het allemaal niet lukt is er nog de GPS. We kennen ook veel schippers in de bruine vloot die een groot beeldscherm achter op hun roef hebben en real time zien waar ze zijn, wat de diepte is en wanneer ze overstag moeten. Wij hebben altijd onze telefoon met navigatieprogramma bij de hand, maar varen in principe op de kaart en het kompas.

Zeilen door een rivierengebied

Zeilen op de Waddenzee is een kunst op zich. Het lijkt een grote open waterplas, maar dat is het niet. Je kunt het beter zien als een rivierengebied, alleen noemen we die op de Waddenzee geulen. Het onhandige is dat je de loop van deze rivieren niet ziet als je er kunt varen (want dan is het vloed) en als je ze bij laat water wel goed kunt zien omdat de omringende wadplaten droog liggen, dan zijn ze vaak te ondiep om te bevaren. De Waddenzee is dus niet zo’n groot vaargebied als het lijkt, omdat er veel stukken zijn waar je niet kunt of mag varen; de Waddenzee is Unesco werelderfgoed. Sommige stukken zijn beschermgebied voor dieren en niet of slechts een gedeelte van het jaar toegankelijk.

Het plannen van een tocht vraagt voorbereiding

De geulen waardoor je kunt varen zijn uitgesleten door het getij. Het water dat vier keer per dag de Waddenzee in en uitstroomt heeft deze geulen gevormd. Ze zijn ook niet statisch, maar continu in beweging. Rijkswaterstaat brengt de zeebodem elk jaar heel precies in kaart en past de positie van de boeien aan. Daarom moet je jaarlijks een actuele waterkaart kopen van de Waddenzee.

Varen over de Waddenzee is een kwestie van goed plannen. Als je bijvoorbeeld naar Schiermonnikoog wilt, kan dat alleen bij hoogwater. De geul naar de haven is smal en ondiep. Een schip dat maar 50 centimeter steekt kan daar vrij makkelijk doorheen, maar wij, met onze 100 centimeter, kunnen alleen bij hoogwater de haven in. En zelfs dan niet altijd, want hoogwater is niet altijd even hoog.

de vaargeul naar de haven van Schier

Springtij en doodtij

Als het springtij is (bij volle of bij nieuwe maan) is het water op z’n hoogst. Vanaf dat moment bouwt het af en een week na volle maan, is de vloed op z’n laagst. Er zijn tabellen waarop je voor elke dag van het jaar, voor elke haven in Nederland, kunt zien hoe hoog of laag het water komt.

Maar niet alleen de maan speelt een rol bij de waterstand, ook de wind.
Een krachtige westenwind blaast het water vanaf de Noordzee de Waddenzee in en doet de waterstand daar stijgen. Oostenwind blaas het water er juist uit. Ik hoorde een verhaal van een schipper die met een mooie westenwind ver het Oostwad opvoer en daar de nacht doorbracht. De volgende dag blies er een sterke wind uit het Oosten. Het water was enorm gedaald en hij kwam pas twee dagen later het wad weer af.

En dan is nog een derde soort tij

Wanneer je van het ene Waddeneiland naar het andere zeilt, moet je over het wantij. Dat is de plek midden onder een eiland, waar de vloedstromen elkaar tegen komen. Het water stroomt vanuit de Noordzee door de zeegaten en vult in een uur of zes de Waddenzee. Onder de eilanden ontmoeten de vloedstromen elkaar. Bij windstil weer zie je dat aan het water. Er loopt dan een kronkelige lijn over de zee van kleine stukjes plantaardig afval. Dat is de ontmoetingsplaats van de getijdenstromen: het wantij.

Omdat de stromingen daar tegen elkaar opbotsen, is er door het meegevoerde zand op die plek een soort heuvel gevormd. Het is daar dus extra ondiep en je kunt er alleen bij hoogwater overheen. Een cyclus van eb en vloed duurt een 11,5 uur en het moment van hoog- of laagwater wisselt daarom per dag. Je probeert je tocht zo te plannen, dat je met hoogwater zo’n wantij passeert, maar soms past dat niet in de dag planning. Dan stuit je op een wantij, loop je vast, val je droog en moet je wachten totdat het water weer hoog genoeg is om verder te kunnen.

klipper nova cura Droogvallen waddenzee

De kracht van de stroming

De waterstand bepaalt waar je kunt varen, maar de stroming bepaalt met welk tempo. Na hoogwater gaat het water niet zozeer dalen; het is handiger om je voor te stellen dat het terugstroomt naar de Noordzee. Die stroom is het eerste uur na de kentering (het moment tussen eb en vloed wanneer de stroming tot stilstand is gekomen) zwak, maar neemt snel in kracht toe. Drie uur na hoogwater stroomt het water met een snelheid van 5 knopen terug naar de Noordzee. Een knoop = 1,852 kilometer per uur. Als je stroom mee hebt, vaar je soms wel twee keer zo hard. Als je stroom tegen hebt, kun je zelfs achteruit gezet worden. Je houdt bij de planning van je tocht dus rekening met de richting en kracht van de stroming.

De laatste bepalende factor is de wind

Als zeilschip zijn we afhankelijk van de wind: de richting en de kracht.

De wind in Nederland is vaak westelijk en daarmee vaar je snel van Terschelling naar Schiermonnikoog, maar je moet natuurlijk ook nog terug! We kunnen bij veel winden zeilen, behalve bij tegenwind. Dan moet je tegen de wind in kruisen. Maar al lijkt de zee groot en wijds, de vaargeulen zijn vaak kronkelig en smal. Te smal om daar met een schip van 25 meter soepeltjes te kruisen. De windkracht is van belang bij het berekenen van je snelheid en vaartijden.

Navigatie is een mooie puzzel

Het moge duidelijk zijn: we zijn tegenwoordig voorzien van allerlei gemakken bij het navigeren, maar je vaart niet zomaar even de Waddenzee over. Het is een puzzel van waterhoogte, stroomsnelheid en stroomrichting en windkracht en windrichting. Het vraagt planning en kennis van zaken. Anderzijds: als het anders loopt dan je dacht, kun je altijd nog je scheepje op een zandbank leggen en op je gemak verder gaan als de omstandigheden verbeterd zijn.

Wind en getij maken de dienst uit en het is de kunst om op ze mee te surfen.

Go with the Flow…. Je snapt nu wat dat echt betekent!

Ga je mee zeilen op de Waddenzee?

Bekijk hier de vijfdaagse ontdekkingsreis over het Oostwad.

Poëzie op Vlieland

De Slauerhoff wandeling op Vlieland

Als je door Vlieland loopt zie je overal deze glazen platen. Er staan gedichten van Jan Slauerhoff op.

Slauerhoff (1898-1936) kwam uit Leeuwarden, maar kwam van jongs af jaarlijks een paar maanden op het eiland, vanwege de schone lucht. Hij had astma.

Slauerhoff studeerde geneeskunde en werd uiteindelijk scheepsarts. Hij voer de hele wereld over en kon zijn vak daarbij uitoefenen. Daarnaast had hij ook veel tijd om te schrijven. Hij schreef natuurlijk over zijn reizen naar afgelegen plekken op de wereld, maar ook prachtige introspectieve gedichten.

Gerda Posthumus is de eilanddichter van Vlieland

Ze schrijft prachtige gedichten met het eiland in de hoofdrol. Gerda organiseert ook wandelingen op Vlieland met Jan Slauerhoff in de hoofdrol. Daarbij vertelt ze over zijn leven op Vlieland, draagt gedichten voor van Slauerhoff en ook van haarzelf.

 

De wandeling met Gerda maakte onderdeel uit van de wandelvaarvakantie die wij voor reisorganisatie 60plusendus organiseerden vanuit Harlingen.

In 2019 gaan we van maandag 20 mei tot vrijdag 24 mei weer deze zelfde reis maken. Als je mee wilt, kun je je inschrijven bij 60plusendus

Tot slot een prachtig gedicht van Slauerhoff over Vlieland:

Verleden

Ik denk aan ’t eiland waar ‘k niet meer zal komen:
– ’t Is bijna niet uit zee te zien, zoo smal;
Het kleine dorp dat ik niet noemen zal
Ligt diep achter den dijk onder zijn boomen –
En aan de vrouw bij wie ‘k niet meer zal komen:
Met haar lag ik één stormigen nacht tezaam,
De onrustige nachtwind rukte aan ’t oude raam;
Zij lag zeer stil en mompelde een naam
Dien ‘k niet meer weet, maar draag in al mijn droomen.