Droogvallen

De Nova Cura is een platbodem. Daarmee kun je over ondiep water varen en ‘droogvallen’ op het Wad. Je ligt dan een poosje op de zeebodem. Een heel bijzondere ervaring die we onze gasten graag geven. In dit artikel lees je wat het is, waarom we het soms móeten doen, wat je dan zoal meemaakt en wat er kan gebeuren als je ongewild droogvalt.

klipper nova cura yoga op de zeebodem

Wat is het?

Droogvallen betekent dat je met je schip bewust op een plek in de Waddenzee vastloopt. Ofwel je schuift je schip op een zandbank of je gooit het anker uit op een ondiepe plek. Dat doe je twee á drie uur voor laagwater. Het water staat dan nog rondom het schip, maar is niet dieper dan ongeveer een meter. Dan wacht je.

Het water stroomt langs het schip en trekt langzaam weg totdat het eb is en je op een grote zandplaat ligt. Dan kun je afstappen en rondom het schip gaan wandelen. Daar heb je een uurtje of twee de gelegenheid voor en dan gaat komen de waterranden weer langzaam dichterbij totdat het schip omsloten is door water. Als het schip weer begint te bewegen, ben je los en kan je weer vertrekken. Een uur of drie na laagwater. Je voelt dat, maar je ziet het ook altijd in het schip, als de hanglampen weer gaan schommelen.

Over het Wantij

Je kunt voor de lol droogvallen, maar het kan ook een noodzakelijk onderdeel van de route zijn. Want wanneer je van het ene Waddeneiland naar het andere zeilt, passeer je vaak een wantij. Dat is de plek onder een eiland, waar de vloedstromen elkaar tegen komen. Het water stroomt vanuit de Noordzee door de zeegaten en vult in een uur of zes de Waddenzee. Onder de eilanden ontmoeten de vloedstromen elkaar. Bij windstil weer zie je dat aan het water. Er loopt dan een kronkelige lijn over de zee van kleine stukjes plantaardig afval. Dat is de ontmoetingsplaats van de getijdestromen: het wantij.

Omdat de stromingen daar tegen elkaar opbotsen, is er door het meegevoerde zand op die plek een soort heuvel gevormd. Het is daar dus extra ondiep en je kunt er alleen bij hoogwater overheen. Een cyclus van eb en vloed duurt ca 11,5 uur en het moment van hoog- of laagwater wisselt daarom per dag.

Je probeert je tocht zo te plannen, dat je met hoogwater het wantij passeert, maar soms past dat niet in de dagplanning. Dan stuit je op een wantij, loop je vast, val je droog en moet je wachten totdat het water weer hoog genoeg is om verder te kunnen.

Het gebied op deze kaart is het vaargebied van de Go with the Flow reis, in de laatste twee weken van augustus. Op deze pagina vind je alle informatie over die bijzondere reis.


Een groene weide in het water

Dat overkwam ons tijdens een tocht van Schiermonnikoog naar Ameland, in de zomer van 2019 tijdens het Eiland Hoppen met gezinnen. We wisten dat we het wantij niet konden passeren en gingen daar vlakbij voor anker. Het is altijd even zoeken naar een geschikte plek op de kaart. Als je je schip neerlegt aan de rand van een steile zandbank, kom je bij het droogvallen helemaal scheef te liggen. Dat is niet zo comfortabel. Daarom moet je op de kaart een vlakke bank uitzoeken.

Die hadden we gevonden en we gooiden het anker uit. Het regende en omdat we niet veel anders konden dan wachten en kinderen aan boord hadden, gingen we naar binnen en deden spelletjes. Na anderhalf uur stopte de regen en ik keek door het patrijspoortje om te kijken hoever het water gedaald was. Ik zag de zeebodem, maar het was groen om mij heen. Het leek wel alsof we in een weiland lagen! We lagen midden in een mosselbank.

Eten van de zeebodem

De kinderen werden direct enthousiast en wilden mosselen plukken. Nu stond er nog een klein emmertje mosselen aan dek, dat Tibor de dag ervoor met veel moeite op het Schierse wad had verzameld. Die zijn we eerst gaan klaarmaken. Want je moet toch wel weten of het lekker is, voordat je dieren van hun plek trekt. Het was werkelijk verrukkelijk! En dus rekenden we uit hoeveel mosselen we nodig hadden en plukten ze van de zeebodem. Er was zoveel, het was in een mum van tijd gebeurd. Die mosselen hebben we de volgende avond gegeten. De ene helft op z’n Belgisch met bier en mosselgroenten, de andere helft Thais, met pepertjes en koriander en kokosmelk. Hoewel kinderen mosselen vaak eng vinden, aten ze allemaal mee.

Vastgelopen op de hoogste bank

Soms val je ongewild droog. Dan loop je echt vast, zoals tijdens de Spelevaartocht in juli 2019. We gingen op ontdekkingstocht op het Oostwad. Dat is het gebied tussen Lauwersoog en de Eemsmond. Het is een prachtig gebied, heel stil en dat komt ook omdat veel schepen daar niet kunnen varen omdat het er zo ondiep is.

Ons reisdoel was de oostpunt van Schiermonnikoog. De wind was stevig en door een rare samenloop van omstandigheden konden we niet op tijd overstag en voeren met flinke snelheid de rand van de geul op. We zaten vast, naar wat bleek op de hoogste zandbank van Groningen. Het was op dat moment hoogwater en hoger zou het die dag ook niet meer worden.

Zeilschip , klipper nova cura oostwad droogvallen

Wachten op springtij

Oei. We moesten dus wachten op het volgende tij, 12 uur later. Dat had zin, want het was bijna springtij. In een maand beweegt de hoogte van de vloed mee met de maanstand. Bij volle en nieuwe maan is het water het allerhoogst, in de weken ertussen het allerlaagst. Er zouden dus nog wat centimeters bijkomen, de wind was westelijk dat zou ook extra water vanuit de Noordzee betekenen.

Bij laag water gooiden we het anker uit en trokken de ketting helemaal uit. We sjouwden samen het anker 20 meter verderop naar de vaargeul. Het idee was, dat we bij hoogwater de ketting binnen zouden halen, waardoor we het schip met spierkracht in de richting van  de vaargeul zouden trekken. Het eerstvolgende hoogwater was om 12 uur ’s nachts.

klipper nova Cura Anker verplaatsen Waddenzee

Gestrand

In de tussentijd moesten we ons maar vermaken op het wad, dus de groep ging onder leiding van Annette tekenen. Om middernacht, na een gezellige avond met aardig wat wijn, stonden we met z’n allen achter de ankerlier. Met vier man/vrouw tegelijkertijd en regelmatige verversing van de ploeg, gooiden we het wiel van de lier rond. Metertje voor metertje trokken we ons schip daarmee in de richting van het anker. Heel langzaam kwam er beweging in. We draaiden met man en macht, maar we kwamen niet los. Omdat vloed overdag altijd iets hoger is en we nog iets dichter bij het moment van springtij kwamen, hadden we goede hoop. Met die positieve gedachte gingen we onze kooi in.

Loskomen

De volgende ochtend haalden we de truc met het anker in de vaargeul nog een keer uit. We dronken koffie op het wad, zwommen en deden er yoga. Het water kwam onze kant op en kroop langzaam omhoog langs de romp van het schip. De peilstok gaf om 12 uur 90 centimeter waterdiepte aan. Het werd nu echt spannend… nog een paar centimeter… en we dreven weer!

Luid gejuich onder de bemanning en gasten natuurlijk. We zetten snel zeil en koersten naar Schiermonnikoog. Na 24 uur op het mistige wad gingen we de zomerzon weer tegemoet.

Droogvallen. Onze gasten willen dat allemaal graag meemaken, het hoort echt bij een Waddenvakantie, maar het kan niet altijd. Want je moet een goede vlakke plek vinden, het moet overdag in de planning van de tocht passen en het moet niet te hard waaien. Maar als het lukt, is het een geweldige ervaring! Ook al gebeurt het ongepland.

Zeilen op de Waddenzee

Bekijk hier de vijfdaagse ontdekkingsreis over het Oostwad.

Perfect plannen of Go with the Flow?

Margriet zit op het achterdek met de zeekaart voor haar neus en een verrekijker in de aanslag. Ze speurt aan de horizon naar de volgende boei. Al snel is de rode boei aan bakboord in zicht: de GS10! Gelukkig, we zitten goed op koers richting Schier.

Hans staat voor aan dek met een peilstok. Elke paar meter steekt hij de stok in het water. Zitten we al bijna op de zandbank of kunnen we nog een stukje verder? “1 meter 20!” roept hij naar schipper Paul op het achterdek, die daarop commando geeft om het zeil te strijken. We gaan droogvallen.

Twee voorbeelden van hoe je als bemanning samenwerkt bij het zeilen op de Waddenzee. Je vaart niet zomaar even van A naar B. Je hebt te maken met getijden, stromingen, de wind en het overige verkeer. Hoe dat werkt, leg ik uit in deze blog.

De Waddenzee was een dodelijke fuik

Hollandse scheepslieden lokten in vroeger tijden hun vijanden de Waddenzee op. Ze volgden de Hollandse schepen en voeren onbevangen het weidse water op, kenden de routes tussen de zandbanken niet en liepen binnen de kortste keren vast. Het was een fuik waar de meeste schepen niet levend uitkwamen.

Het is voor mijn onvoorstelbaar dat schippers vroeger deze zee bevoeren zonder goede kaart, zonder betonning en zonder GPS. Ze hadden ongetwijfeld betere zintuigen. Ervaren schippers zien aan de vorm van de golven waar een zandbank is. Ze zien het aan de kleur van het water of de geluiden van de vogels.

Vergeleken bij die tijd is het navigeren op de Waddenzee nu een fluitje van een cent: er zijn uitstekende kaarten, er is betrouwbare en goed zichtbare betonning en als het allemaal niet lukt is er nog de GPS. We kennen ook veel schippers in de bruine vloot die een groot beeldscherm achter op hun roef hebben en real time zien waar ze zijn, wat de diepte is en wanneer ze overstag moeten. Wij hebben altijd onze telefoon met navigatieprogramma bij de hand, maar varen in principe op de kaart en het kompas.

Zeilen door een rivierengebied

Zeilen op de Waddenzee is een kunst op zich. Het lijkt een grote open waterplas, maar dat is het niet. Je kunt het beter zien als een rivierengebied, alleen noemen we die op de Waddenzee geulen. Het onhandige is dat je de loop van deze rivieren niet ziet als je er kunt varen (want dan is het vloed) en als je ze bij laat water wel goed kunt zien omdat de omringende wadplaten droog liggen, dan zijn ze vaak te ondiep om te bevaren. De Waddenzee is dus niet zo’n groot vaargebied als het lijkt, omdat er veel stukken zijn waar je niet kunt of mag varen; de Waddenzee is Unesco werelderfgoed. Sommige stukken zijn beschermgebied voor dieren en niet of slechts een gedeelte van het jaar toegankelijk.

Het plannen van een tocht vraagt voorbereiding

De geulen waardoor je kunt varen zijn uitgesleten door het getij. Het water dat vier keer per dag de Waddenzee in en uitstroomt heeft deze geulen gevormd. Ze zijn ook niet statisch, maar continu in beweging. Rijkswaterstaat brengt de zeebodem elk jaar heel precies in kaart en past de positie van de boeien aan. Daarom moet je jaarlijks een actuele waterkaart kopen van de Waddenzee.

Varen over de Waddenzee is een kwestie van goed plannen. Als je bijvoorbeeld naar Schiermonnikoog wilt, kan dat alleen bij hoogwater. De geul naar de haven is smal en ondiep. Een schip dat maar 50 centimeter steekt kan daar vrij makkelijk doorheen, maar wij, met onze 100 centimeter, kunnen alleen bij hoogwater de haven in. En zelfs dan niet altijd, want hoogwater is niet altijd even hoog.

de vaargeul naar de haven van Schier

Springtij en doodtij

Als het springtij is (bij volle of bij nieuwe maan) is het water op z’n hoogst. Vanaf dat moment bouwt het af en een week na volle maan, is de vloed op z’n laagst. Er zijn tabellen waarop je voor elke dag van het jaar, voor elke haven in Nederland, kunt zien hoe hoog of laag het water komt.

Maar niet alleen de maan speelt een rol bij de waterstand, ook de wind.
Een krachtige westenwind blaast het water vanaf de Noordzee de Waddenzee in en doet de waterstand daar stijgen. Oostenwind blaas het water er juist uit. Ik hoorde een verhaal van een schipper die met een mooie westenwind ver het Oostwad opvoer en daar de nacht doorbracht. De volgende dag blies er een sterke wind uit het Oosten. Het water was enorm gedaald en hij kwam pas twee dagen later het wad weer af.

En dan is nog een derde soort tij

Wanneer je van het ene Waddeneiland naar het andere zeilt, moet je over het wantij. Dat is de plek midden onder een eiland, waar de vloedstromen elkaar tegen komen. Het water stroomt vanuit de Noordzee door de zeegaten en vult in een uur of zes de Waddenzee. Onder de eilanden ontmoeten de vloedstromen elkaar. Bij windstil weer zie je dat aan het water. Er loopt dan een kronkelige lijn over de zee van kleine stukjes plantaardig afval. Dat is de ontmoetingsplaats van de getijdenstromen: het wantij.

Omdat de stromingen daar tegen elkaar opbotsen, is er door het meegevoerde zand op die plek een soort heuvel gevormd. Het is daar dus extra ondiep en je kunt er alleen bij hoogwater overheen. Een cyclus van eb en vloed duurt een 11,5 uur en het moment van hoog- of laagwater wisselt daarom per dag. Je probeert je tocht zo te plannen, dat je met hoogwater zo’n wantij passeert, maar soms past dat niet in de dag planning. Dan stuit je op een wantij, loop je vast, val je droog en moet je wachten totdat het water weer hoog genoeg is om verder te kunnen.

klipper nova cura Droogvallen waddenzee

De kracht van de stroming

De waterstand bepaalt waar je kunt varen, maar de stroming bepaalt met welk tempo. Na hoogwater gaat het water niet zozeer dalen; het is handiger om je voor te stellen dat het terugstroomt naar de Noordzee. Die stroom is het eerste uur na de kentering (het moment tussen eb en vloed wanneer de stroming tot stilstand is gekomen) zwak, maar neemt snel in kracht toe. Drie uur na hoogwater stroomt het water met een snelheid van 5 knopen terug naar de Noordzee. Een knoop = 1,852 kilometer per uur. Als je stroom mee hebt, vaar je soms wel twee keer zo hard. Als je stroom tegen hebt, kun je zelfs achteruit gezet worden. Je houdt bij de planning van je tocht dus rekening met de richting en kracht van de stroming.

De laatste bepalende factor is de wind

Als zeilschip zijn we afhankelijk van de wind: de richting en de kracht.

De wind in Nederland is vaak westelijk en daarmee vaar je snel van Terschelling naar Schiermonnikoog, maar je moet natuurlijk ook nog terug! We kunnen bij veel winden zeilen, behalve bij tegenwind. Dan moet je tegen de wind in kruisen. Maar al lijkt de zee groot en wijds, de vaargeulen zijn vaak kronkelig en smal. Te smal om daar met een schip van 25 meter soepeltjes te kruisen. De windkracht is van belang bij het berekenen van je snelheid en vaartijden.

Navigatie is een mooie puzzel

Het moge duidelijk zijn: we zijn tegenwoordig voorzien van allerlei gemakken bij het navigeren, maar je vaart niet zomaar even de Waddenzee over. Het is een puzzel van waterhoogte, stroomsnelheid en stroomrichting en windkracht en windrichting. Het vraagt planning en kennis van zaken. Anderzijds: als het anders loopt dan je dacht, kun je altijd nog je scheepje op een zandbank leggen en op je gemak verder gaan als de omstandigheden verbeterd zijn.

Wind en getij maken de dienst uit en het is de kunst om op ze mee te surfen.

Go with the Flow…. Je snapt nu wat dat echt betekent!

Ga je mee zeilen op de Waddenzee?

Bekijk hier de vijfdaagse ontdekkingsreis over het Oostwad.

Spelevaren op het Oostwad

Zondag 14 juli tot vrijdag 19 juli 2019

Deze week gingen we met z’n twaalven op avontuur: Schipper en matroos om het Oostwad te verkennen, Annette om een creatief programma te leiden zonder planning en onze gasten om zich daar vol vertrouwen aan over te geven.

Elke dag was er een vaarplan en elke dag liep het anders. Annette paste zich aan de omstandigheden aan en bedacht telkens weer een nieuwe opdracht die hielp met vrij tekenen, goed kijken en jezelf ondertussen beter leren kennen. Goed of fout verdween, alles werd aangegrepen om te spelen. Het werd een fantastische week.

Op vrijdagochtend kwam alles samen. Een mooie eindpresentatie van het gemaakte werk en een zelfgeschreven sprookje dat de ervaringen samenvatte.

Ankeren en tekenen voor de kust van Schiermonnikoog

Misschien wil je dit ook een keer meemaken. Dan kan, want in 2020 organiseren we deze reis van 12 tot 17 juli.

Ik deel graag het sprookje van Helen (uiteraard met haar toestemming) omdat het een mooie impressie geeft van de week, en een video waarin Marieke en Barbara vertellen hoe het voor hen was.

Het sprookje van Helen

Er was eens een meisje dat ging spelevaren.
Daar ontmoette zij een schipper en zijn vrouw. Met een bont gezelschap van schippers, matrozen, stedelingen, noordelingen, mensen uit het zuiden en centralistische reizigers voeren ze over de Waddenzee.

In een week vol vergezichten, zonsondergangen en maanverlichte vaarmomenten werden levensverhalen onderzocht en verteld. Van toekomst naar verleden en terug kwamen nieuwe kaders en nieuwe manieren van kijken tevoorschijn. Accenten en dialecten werden uitgewisseld en het meisje dat keek haar ogen uit. Ze sliep als een roos en verwerkte alle ervaringen door ze mee op reis te nemen. Een reis door het land van zand, zee en vogels. Een reis door de zeeën van hart, liefde en vriendschappen….

Ze besefte zich dat de schetsen die men mondeling en schriftelijk maakte en deelde met elkaar mee gingen op reis. Havens en scheepskeukens, afwas en ontbijt, gezellige ontmoetingen en oog voor eenvoud en lekker samen eten. Samen zeilen en genieten van de omgeving om nieuwe perspectieven te zien. Open en oprecht het leven delen en vieren met elkaar. Onze natuur en onze kwetsbaarheid daarin de ruimte bieden.

Het meisje beleefde veel en ontspande door de creatieve inspanning en het gezelschap met verhalen en een oog voor aangename toekomstmuziek. Ze nam het woord en zong verder het leven door met meer ruimte voor stilte én gedeelde stilte.

Hoe hebben Marieke en Barbara het spelevaren ervaren?

Poëzie op Vlieland

De Slauerhoff wandeling op Vlieland

Als je door Vlieland loopt zie je overal deze glazen platen. Er staan gedichten van Jan Slauerhoff op.

Slauerhoff (1898-1936) kwam uit Leeuwarden, maar kwam van jongs af jaarlijks een paar maanden op het eiland, vanwege de schone lucht. Hij had astma.

Slauerhoff studeerde geneeskunde en werd uiteindelijk scheepsarts. Hij voer de hele wereld over en kon zijn vak daarbij uitoefenen. Daarnaast had hij ook veel tijd om te schrijven. Hij schreef natuurlijk over zijn reizen naar afgelegen plekken op de wereld, maar ook prachtige introspectieve gedichten.

Gerda Posthumus is de eilanddichter van Vlieland

Ze schrijft prachtige gedichten met het eiland in de hoofdrol. Gerda organiseert ook wandelingen op Vlieland met Jan Slauerhoff in de hoofdrol. Daarbij vertelt ze over zijn leven op Vlieland, draagt gedichten voor van Slauerhoff en ook van haarzelf.

 

De wandeling met Gerda maakte onderdeel uit van de wandelvaarvakantie die wij voor reisorganisatie 60plusendus organiseerden vanuit Harlingen.

In 2019 gaan we van maandag 20 mei tot vrijdag 24 mei weer deze zelfde reis maken. Als je mee wilt, kun je je inschrijven bij 60plusendus

Tot slot een prachtig gedicht van Slauerhoff over Vlieland:

Verleden

Ik denk aan ‘t eiland waar ‘k niet meer zal komen:
– ‘t Is bijna niet uit zee te zien, zoo smal;
Het kleine dorp dat ik niet noemen zal
Ligt diep achter den dijk onder zijn boomen –
En aan de vrouw bij wie ‘k niet meer zal komen:
Met haar lag ik één stormigen nacht tezaam,
De onrustige nachtwind rukte aan ‘t oude raam;
Zij lag zeer stil en mompelde een naam
Dien ‘k niet meer weet, maar draag in al mijn droomen.

Fotoblog van Elly

Elly stapte op 25 juni in Dokkum aan boord van ons schip, om samen met 7 andere passagiers via Zoutkamp en Lauwersoog naar Schiermonnikoog te varen.

Elly stond elke ochtend heel vroeg op en ging er dan op uit om te fotograferen met haar smartphone. Dat leverde heel veel mooie plaatjes op. Dank je wel Elly!